Hoofdstuk 19 Handelingen als bestuurder

Bij Snelslagen.nl kun je gratis motor theorie leren voor het rijbewijs A!

Op- en afstappen

Bij het op- en afstappen is het belangrijk dat je eerst kijkt of je daarmee geen gevaar veroorzaakt voor andere weggebruikers. Bij het afstappen kijk je ook nog eens goed om je heen of je niemand gaat raken met je benen. Als je wilt wegrijden, is het belangrijk dat je eerst goed kijkt en altijd het andere verkeer voor laat gaan. Je let hierbij op de volgende punten:
  • Of er ander verkeer aankomt;
  • Of er genoeg ruimte is om weg te rijden;
  • Of er genoeg zicht is waar je naartoe wilt.

Voorsorteren

Dit is een voorsorteerstrook.
Als je links of rechts wilt afslaan sorteer je voor als de situatie dat toelaat. Bij het voorsorteren, ga je alvast links of rechts op de rijstrook rijden met de bedoeling om af te slaan. Let hierbij wel op dat je ander verkeer hierbij niet in de weg staat.

Voorsorteerstroken

Als op een rijbaan voorsorteerstroken naar links of rechts zijn aangebracht, ben je verplicht deze te volgen. Als je eenmaal gekozen hebt en je staat op een voorsorteerstrook, dan mag je dat niet meer wijzigen en moet je de rijrichting van de voorsorteerstrook volgen.

Rechts afslaan

Bij rechts afslaan, moet je de fietsers voor laten gaan.
Als je rechts af wilt slaan volg je de volgende handelingen:
  • Kijken: al ruim voordat je afslaat, kijk je naar tegemoetkomend verkeer (bijvoorbeeld op een naastgelegen fietspad) dat eventueel je pad gaat kruisen bij het afslaan;
  • Richting aangeven: als je veilig van richting kunt veranderen, geef je richting aan naar rechts;
  • Voorsorteren: indien mogelijk sorteer je voor naar rechts. Let op dat je hierbij geen (snor)fietsers hindert;
  • Voorrang verlenen: als er rechtdoorgaand verkeer is, dan heeft dit altijd voorrang op jou. Dit betekent niet alleen auto's maar ook fietsers, voetgangers en andere verkeersdeelnemers;
  • Afslaan: zorg ervoor dat je de bocht kort en met een veilige snelheid neemt. Zorg ervoor dat je bij het afslaan nooit op de weghelft komt van de tegenliggers.

Links afslaan

Als je links af wilt slaan volg je de volgende handelingen:
  • Kijken: al ruim voordat je afslaat, kijk je naar tegemoetkomend verkeer dat eventueel je pad gaat kruisen bij het afslaan;
  • Richting aangeven: als je veilig van richting kunt veranderen, geef je richting aan naar links;
  • Voorsorteren: indien mogelijk sorteer je voor naar links;
  • Voorrang verlenen: als er rechtdoorgaand verkeer is, dan heeft dit altijd voorrang op jou. Dit betekent niet alleen auto's maar ook fietsers, voetgangers en andere verkeersdeelnemers;
  • Afslaan: zorg ervoor dat je de bocht kort en met een veilige snelheid neemt. Zorg ervoor dat je bij het afslaan nooit op de weghelft komt van de tegenliggers.

Inhalen

Inhalen is het voorbijrijden van rijdende of stilstaande voertuigen. Let op stilstaan is niet hetzelfde als parkeren. Als je een obstakel (bijvoorbeeld een geparkeerde auto) voorbij rijdt, dan noemen we dit voorbijgaan en niet inhalen. Bij het inhalen neem je de volgende stappen:
  • Kijken: je kijkt voor je, in de achteruitkijkspiegel, linker spiegel, en over je linker schouder (dode hoek);
  • Richting aangeven: je geeft richting aan naar links;
  • Voorbij gaan: je haalt het voertuig in. Zorg ervoor dat je niet onnodig lang naast het voertuig blijft rijden. Als het voertuig bijvoorbeeld harder gaat rijden, is het misschien veiliger om weer achter hem te gaan rijden.
  • Terug naar rechter rijstrook: als je de voertuigen voorbij bent, ga dan weer terug naar de rechter rijstrook. Denk hierbij ook weer aan het kijken en richting aangeven.
Inhalen doe je altijd links. Rechts inhalen is niet toegestaan. Hier zijn enkele uitzonderingen op:
  • Vlak voor en op rotondes;
  • Als je rechts van een blokmarkering rijdt;
  • Als je een tram wilt inhalen;
  • In een file;
  • Als het voertuig dat je wilt inhalen voorgesorteerd staat om naar links af te slaan.
Let op! Fietsers en snorfietsers mogen altijd rechts inhalen. Pas in de bebouwde kom dan ook altijd goed op.

Uitzonderingen op het links inhalen

Er zijn verschillende situaties waarbij er ook rechtsingehaald kan worden. Als een bestuurder bijvoorbeeld links staat voorgesorteerd, dan mag je rechts inhalen. Let hierbij op dat je het andere verkeer niet hindert. Fietsers en snorfietsers mogen andere bestuurders zowel links als rechts inhalen. Als er een fietsstrook is, moeten fietsers en snorfietsers de andere bestuurders rechts inhalen. Bestuurders mogen op of vlak voor een rotonde elkaar ook rechts inhalen. Hetzelfde geldt ook bij trams. Een tram mag je zowel links als rechts inhalen.

Verboden in te halen

Op sommige plekken is het niet toegestaan om in te halen. Inhaalverboden zijn bijvoorbeeld te herkennen aan: Verkeersbord F1, Verkeersbord F3 of een doorgetrokken streep.

Invoegen

Als je een autoweg of een autosnelweg op wilt rijden, maak je gebruik van een invoegstrook. Als je wilt invoegen, mag je de bestuurders op de auto weg of autosnelweg niet hinderen. Daarnaast mag je alleen de blokmarkering kruisen, dus niet over het witte puntstuk. Bij het invoegen volg je de volgende stappen:
  • Kijken: je kijkt hoe de situatie is op de rijstroken waarop je wilt invoegen. Kijk of er voldoende plek is en met welke snelheid er wordt gereden. Daarnaast kijk je hoelang de invoegstrook is;
  • Snelheid: zorg dat je de snelheid van je voertuig aanpast aan de bestuurders op de rijstrook waarop je wilt invoegen;
  • Richting aangeven: als er voldoende ruimte is om in te voegen, geef je richting aan naar links;
  • Invoegen: vervolgens voeg je veilig in naar links.

Uitvoegen

Een voorbeeld van uitvoegen is het verlaten van een autoweg of autosnelweg. Ook hier is het belangrijk dat je andere bestuurders niet mag hinderen. Bij het uitvoegen volg je de volgende stappen:
  • Kijken: je kijkt of de uitvoegstrook vrij is, dat er bijvoorbeeld geen file staat;
  • Richting aangeven: je geeft richting aan naar rechts;
  • Uitvoegen: als je veilig kunt uitvoegen schuif je door naar de uitvoegstrook;
  • Snelheid minderen: je mindert pas snelheid als je op de uitvoegstrook rijdt, niet daarvoor.

Filerijden

    Bekijk hieronder de zes regels van de Filegedragscode, die is opgesteld door het Motorplatform, bestaande uit vertegenwoordigers van de overheid, verkeersveiligheidsorganisaties en belangenorganisaties. Hieraan dient een motorrijder zich te houden tijdens het filerijden.
  • Gepaste snelheid: Rijd rustig tussen de file door. Het snelheidsverschil tussen motor en auto mag maximaal 10 km/u bedragen.
  • Wees alert op onvoorzichtig gedrag: Automobilisten kunnen bij gaten in de file plotseling van rijstrook wisselen of bij warm weer een portier opengooien
  • Meerdere motorrijders: Houd onderling minstens een afstand van twee auto's aan.
  • Naderen file: Verminder geleidelijk snelheid en waarschuw achterop komend verkeer met alarmlichten (of remlicht). Gebruik om verwarring bij automobilisten te voorkomen, geen richtingaanwijzers of alarmlichten wanneer je tussen de file doorrijdt. Kies bij snelwegen met meer dan twee rijstroken, positie tussen de twee meest linke rijstroken.
  • Stoppen in de file: Sta je toch in een file, gebruik dan alarmlichten of remlicht om duidelijk aan te geven dat je met je motor achter de file staat. Soms merken automobilisten de file wel op, maar niet de motor achter de file. Houd voldoende afstand van de voorganger en probeer zo mogelijk in te voegen tussen de wachtende auto's. Daar is het veiliger.
  • Einde file: Zodra de file weer op gang komt, voeg dan in op de rijstrook. Gebruik hierbij tijdig - dus voor het invoegen - de richtingaanwijzer.

    Ga door naar het volgende hoofdstuk Verlichting en slecht weer >

Test je kennis over Handelingen als bestuurder

Auto- motor- en bromfiets-theorie cursus

Online theorie cursus

Via Snelslagen.nl koop je het complete
online theoriepakket inclusief alle theorie examens al voor € 24,99

Ontdek meer >