Hoofdstuk 22 Verplichtingen bij motorrijden

Bij Snelslagen.nl kun je gratis motor theorie leren voor het rijbewijs A!

Technische verplichtingen van de motor

De motor moet in goede staat zijn.
In Nederland moet de motor aan bepaalde eisen voldoen om aan het verkeer deel te nemen. In dit deel lees je meer over de technische eisen van een motor.
  • De motor moet in overeenstemming zijn met de gegevens op het kentekenbewijs en het identificatienummer moet goed leesbaar zijn;
  • De kentekenplaat aan de achterkant moet direct zichtbaar zijn en mag niet afgeschermd zijn;
  • De motor moet in goede staat verkeren om veilig op de weg te rijden;
  • Het frame moet deugdelijk zijn en mag geen scheuren of diepe roest bevatten;
  • De motor moet een snelheidsmeter hebben die verlicht is en daardoor ook 's nachts leesbaar is;
  • De banden moeten een profiel hebben van minimaal 1 millimeter (meer dan 2 mm is beter). Mag geen beschadigingen vertonenen of bobbels laten zien;
  • De velgen moeten ook heel zijn en mogen geen breuken laten zien;
  • De motor moet een toeter hebben, met 1 toonhoogte;
  • Het zou fijn zijn als de motor een noodstopschakelaar heeft. Hierdoor stoppen de wielen met draaien bij een ongeval. Dat scheelt veelal letsel;
  • De voorvoork moet soepele kunnen bewegen en het balhoofdlager mag geen speling laten zien;
  • De voorrem (hand) en achterrem (voet) moeten goed kunnen remmen. Minimaal zo hard als de wet voorschrijft; zie hoofdstuk 9.4;
  • Het uitlaatsysteem moet gasdicht zijn;
  • Spiegels links en rechts moeten goed afgesteld zijn;

Afmetingen

De motor moet passen binnen de maximale afmetingen van 4 meter lengte, 2 meter breedte (inclusief zijspan) en 2,5 meter hoogte.

Verlichting

De motor moet minimaal uitgerust zijn met;
  • Een of 2 gele of witte lichten
  • Een of 2 witte of gele dimlichten
  • een of 2 witte of gele stadslichten (indien nieuwer dan 10/1997)
  • twee richtingaanwijzers, links 1, rechts 1. Oranje gekleurd. (indien nieuwer dan 1996)
  • Achterlicht, kleur rood;
  • een of twee remlichten, rood of oranje. Dienen in werking te komen bij het bedienen van de rem.
  • kentekenplaatverlichting, wit.
  • Een of twee retroreflectoren aan de achterkant, rood.
  • Typegoedkeurig vervalt zodra de motor wordt opgevoerd, de overbrenging wordt aangepast, de uitlaatinrichting wordt aangepast en wanneer er een afwijkend stuur wordt gemonteerd.
  • Eventuele windschermen mogen nooit de gashendel, rem of keppeling in te weg zitten

Controles door de bestuurder

Voor dat je weg rijdt;
  • Controleer de banden. Is het loopvlak vrij van scheuren en barsten, steentjes en spijkers? Zijn ze voldoende opgepompt? Is het profiel dieper dan 2 millimeter?
  • Zorg voor voldoende benzine en olie. Bij gebrek aan een van beide kan je motor vermogen verliezen of zelfs vastlopen.
  • Controleer de remmen stevig. Dus knijp stevig in de voorrem en druk op de achterrem. Controleer de kabels en zorg voor speling van maximaal 8-12 mm op de remhendel. Maak voor het 'echte' wegrijden minimaal een echte noodstop, zeker als je de motor nog niet zo goed kent.
  • Controleer de remvloeistof. Lekkages in het remsysteem zorgen voor slijtage van de remblokken.
  • Doet de verlichting het? Zowel het voorlicht als het achterlicht zijn van levensbelang als het donker is. Zorg daarom dat je reservelampjes bij je hebt. Het achterlicht zie je niet tijdens het rijden. Houdt daar rekening mee en controleer deze vaker. Controleer tevens of het achterlicht op bijde remmen (voor en achter) reageert.
  • Stel de spiegels af als je op de motor zit. Ga op de motor zitten en zorg dat je de punten van de ellebogen kunt zien in de spiegel. Dat helpt je bij het inschatten van afstand van medeweggebruikers. Vertrouw niet alleen op de spiegels, maar zorg tijdens de rit voor direct zicht op andere weggebruikers.
  • Zorg dat je bagage goed vast zit. De gevolgen van een los zittende koffer zijn niet te overzien.
Zorg er tevens voor;
  • Dat de balhoofdlagers geen speling laten zien;
  • De swingarmlagers geen speling laten zien;
  • Dat het voor- en achterwiel in een rechte lijn achter elkaar staan;
  • Dat de wielen alleen rond kunnen draaien en niet anders dan rond kunnen draaien. Speling in de lagers dient direct verholpen te worden;
  • Dat alle spaken heel zijn;
  • Er geen slag in het wiel zit. Check dit zowel op de band als op de velg;
  • De wielen gebalanceerd zijn;
  • De ketting strak gespannen is. Niet te strak, maar ook niet te los. Beide zorgen voor overmatige slijtage;
  • Je alle kabels na loopt. Slijtage kan voor gevaar zorgen. Roest door water of bevriezing van water in de winter kan tot kapotte kabels leiden;
  • Dat de uitlaat geen gaten heeft. Door roest kunnen er gaten ontstaan en rommel in deuitlaat achterblijven. Slecht voor de prestaties en het milieu;
  • Dat de schokbrekers allemaal olievrij zijn. Lekt de schokbreker olie, dan moet deze vervangen worden;
  • Dat er voldoende gedestileerd water in de accu zit, maar niet te veel. Check ook de klemmen en smeer ze met accuvet;
  • Dat de bedrading in goede staat is. Let zowel op slijtage door hitte als door schuring. Laat herstellen door een specialist;
De motor is instabiel wanneer;
  • De banden niet goed zijn opgepompt;
  • De banden niet gelijkmatig gesleten zijn;
  • De balhoofd- of swingarmlager speling kent;
  • Je te ruime kleding draagt bij hoge snelheidl;
  • De bagage ongelijkmatig verdeeld is;
  • Je passagier vliegjes aan het happen is. Laat 'm z'n handen om je middel leggen en recht achter je laten zitten.
Zorg te allen tijde dat de motor technisch in perfecte staat is. Laat 'm bij twijfel altijd nakijken door een specialist.

Documenten

De eigenaar van het voertuig is verplicht om wegenbelasting te betalen als dat verplicht is bij dat voertuig. Als je met een motor aan het verkeer deelneemt, ben je verplicht om een aantal documenten bij je te hebben. Dit zijn:
  • Het rijbewijs A
  • De verzekeringspapieren
  • Het kentekenbewijs
Deze documenten mogen geen kopieën zijn en moeten natuurlijk ook geldig zijn.

Rijbewijs A

Als je met een motor deelneemt aan het verkeer, moet je in het bezit zijn van een geldig rijbewijs A. Deze moet je altijd bij je hebben en mag geen kopie zijn. Het rijbewijs is 10 jaar geldig en moet goed leesbaar zijn.

Kentekenbewijs

Een kentekenbewijs moet je verplicht bij je hebben.
Bij elk motorvoertuig hoort een kentekenbewijs. Dit kentekenbewijs wordt afgegeven door het RDW (Rijks Dienst Wegverkeer). Tijdens het rijden dien je het kentekenbewijs (kentekencard) bij je te hebben, aangezien de politie hierom kan vragen. Heb je (nog) een papieren kentekenbewijs, dan moet je het Voertuigbewijs (deel IA of het vroegere deel I) en het Tenaamstellingsbewijs (deel IB of het vroegere deel II) bij je hebben. Er zijn in de loop der jaren diverse veranderingen doorgevoerd rondom het kentekenbewijs. Hieronder staan de verschillende mogelijkheden die er zijn.

Kentekenbewijs tot 1 juni 2004

Het kentekenbewijs bestond tot 1 juni 2004 uit 3 delen:
  • Voertuigbewijs - Deel I: het deel met de voertuiggegevens
  • Tenaamstellingsbewijs - Deel II: het deel met de tenaamstellingsgegevens
  • Overschrijvingsbewijs (of als het kenteken is afgegeven vóór 01-01-1995: Kopie Deel 3): het deel dat nodig is bij overschrijving van het kentekenbewijs en dat je thuis moet bewaren.

Kentekenbewijs tot 1 januari 2014

Het kentekenbewijs bestond tot 1 januari 2014 uit 3 delen:
  • Deel 1A, Voertuigbewijs: Op dit deel staan de technische gegevens van het voertuig. Bijvoorbeeld: merk, type, chasisnummer, kenteken, kleur etc.
  • Deel 1B, Tenaamstellingsbewijs: Op dit deel staan de gegevens van de eigenaar van het voertuig. Bijvoorbeeld: naam, adres, geboortedatum en woonplaats.
  • Deel 2, overschrijvingsbewijs: Dit document moet je laten zien als je het voertuig gaat overschrijven. Overschrijven betekent dat het voertuig een andere eigenaar krijgt. Dit overschrijvingsbewijs bewaar je thuis en hoef je dus niet verplicht mee te nemen als je aan het verkeer gaat deelnemen.

Kentekenbewijs vanaf 1 januari 2014

Het kentekenbewijs bestaat vanaf 1 januari 2014 uit 3 delen:
  • Kentekenbewijs op creditcardformaat (kentekencard)
  • Tenaamstellingscode – het deel dat nodig is bij overschrijving van het kenteken en dat je thuis moet bewaren. De tenaamstellingscode bestaat uit 9 cijfers en ontvang je gedeeltelijk bij het op naam zetten (eerste 4 cijfers) en gedeeltelijk als je de kentekencard ontvangt (laatste 5 cijfers).
  • Kentekenbewijs deel II: dit papieren deel ontvang je alleen als je een voertuig uitvoert. Dit papieren kentekenbewijs deel II bevat onder andere de naam en adresgegevens van degene die het voertuig heeft uitgevoerd. De combinatie van kentekencard en papieren deel II heeft de functie van uitvoerkentekenbewijs.

Benodigde kentekendelen bij koop/verkoop

Bij het kopen of verkopen van een voertuig heb je de kentekencard en bijbehorende tenaamstellingscode nodig of het deel IB en het Overschrijvingsbewijs. Om na te gaan of je de juiste combinatie van papieren kentekendelen heeft, kan je hieronder lezen welke combinaties mogelijk zijn.
  • Deel II en kopie deel III
  • Deel IB en kopie deel III
  • Deel II en Overschrijvingsbewijs
  • Deel IB en Overschrijvingsbewijs
  • Deel IB en deel II

Benodigde kentekenbewijs tijdens het rijden

Als je rijdt op de weg, moet je jouw kentekencard bij je hebben. De politie kan erom vragen. Heb je (nog) een papieren kentekenbewijs, dan moet je het Voertuigbewijs (deel IA of het vroegere deel I) en het Tenaamstellingsbewijs (deel IB of het vroegere deel II) bij je hebben. De tenaamstellingscode of bij een papieren kentekenbewijs het Overschrijvingsbewijs (deel II of het vroegere kopie deel 3) kan je het beste thuis op een veilige plaats bewaren. Deze heb je nodig als je jouw voertuig gaat verkopen.

Verzekering

Motorrijtuigen zijn verplicht om verzekerd te hebben, minimaal voor Wettelijke Aansprakelijkheid. Dit betekent dat wanneer je een ongeluk krijgt waarbij de schuld bij jou ligt, de schade van de andere partij wordt betaald. Als je met je motor naar het buitenland gaat, ben je verplicht om ook de groene kaart bij je te hebben.

Tijdens de rit

Tijdens het rijden let je vooral op vreemde geluiden van de motor en de meters in het dashboard. In het dashboard zitten ook enkele waarschuwingslampjes. Als er een rood waarschuwingslampje gaat branden, bijvoorbeeld die van de oliedruk, moet je direct stoppen. Let op dat je zo min mogelijk het andere verkeer hierbij hindert. Als er een geel waarschuwingslampje gaat branden, probeer dan door te rijden naar een garage, of los het probleem zelf op als je thuis bent.

Zicht

Je moet altijd goed om je heen kunnen kijken. Zowel met behulp van je spiegels, als het zicht door je helm. Zorg er voor dat dit niet wordt belemmerd.

Telefoneren

Als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets, brommobiel of gehandicaptenvoertuig met een motor, mag je geen telefoon in de hand houden. Ook al ben je niet aan het bellen, dan nog mag je de telefoon niet in je hand houden. Je mag handsfree bellen, maar het wordt afgeraden. Het is beter om al je aandacht bij het verkeer te houden.

Sturen

Je moet je motor ongehinderd kunnen besturen. Mocht je bagage mee nemen op de benzinetank, check dan vooraf of je stuurbewegingen nog steeds volledig uitgevoerd kunnen worden.

Wegenbelasting

De eigenaar van het voertuig is verplicht om wegenbelasting te betalen als dat verplicht is bij dat voertuig. Hoeveel motorrijtuigenbelasting je moet betalen hangt af van het soort motorrijtuig dat je hebt. Daarnaast zijn onder andere de volgende factoren van invloed:
  • het gewicht
  • de brandstof
  • hoe milieuvervuilend het motorrijtuig is
  • in welke provincie de houder is gevestigd

Ga door naar het volgende hoofdstuk Lengte van een vrachtauto >

Test je kennis over Verplichtingen bij motorrijden

Auto- motor- en bromfiets-theorie cursus

Online theorie cursus

Via Snelslagen.nl koop je het complete
online theoriepakket inclusief alle theorie examens al voor € 24,99

Ontdek meer >