Hoofdstuk 16 Tram, bus en trein

Bij Snelslagen.nl kun je gratis motor theorie leren voor het rijbewijs A!

Oppassen bij tram- of bushaltes

Bij een bushalte stappen er vaak passagiers in of uit.
In sommige grote steden rijden er trams. Let bij het oversteken goed op de tramrails en probeer deze haaks te passeren. Dit om te voorkomen dat je wiel in de rails blijft steken. Let ook goed op bij regen of sneeuw, de stalen rails is dan glad. Bij het remmen kun je makkelijk met je wielen gaan glijden over de tramrails. Bij bus en tramhaltes moet je altijd voorzichtig zijn en indien nodig je snelheid aanpassen. Er stappen vaak mensen uit die vervolgens jouw rijstrook willen oversteken. Zij letten niet altijd even goed op. Wees dus altijd alert en laat de passagiers veilig oversteken.

Voorrang verlenen bij een bushalte

Als een bus een bushalte wil verlaten binnen de bebouwde kom, dan moet je hem voorrang verlenen. De bus zal dit aangeven door zijn richtingaanwijzer aan te zetten, in dit geval moet je hem direct voor laten gaan. Buiten de bebouwde kom hoeft dat niet. Deze voorrangspositie geldt voor alle bussen, dus zowel lijnbussen als touringcars.

Overweg, spoorwegovergang

Een kruising van een weg en een spoorweg wordt aangegeven met een Andreaskruis Verkeersbord J12 of Verkeersbord J13. Een trein heeft altijd voorrang op al het verkeer. Sta daarom nooit stil op een overweg. Bij een file ga je pas de overweg over als je zeker weet dat je niet op de overweg stil komt te staan.

Overweg met overwegbomen

Dit is een spoorwegovergang met overwegbomen.
Bij de meeste overwegen zijn er spoorbomen, echter niet bij allemaal. Als je een overweg met spoorbomen nadert, kom je het Verkeersbord J10 tegen. Naast de overwegbomen, is de overweg beveiligd met knipperende rode lichten en alarmbellen. Zodra deze lichten en alarmbellen aangaan, stop je. Als de overwegbomen gesloten zijn, zet je de motor uit. Je start de motor pas, als de overwegbomen opengaan. Je rijdt de overweg pas over als de lichten en alarmbellen uitgaan. Er kan namelijk nog een tweede trein passeren. Een onbeveiligde overweg wordt aangegeven met het Verkeersbord J11. Bij deze overwegen moet je extra opletten! Bij deze overwegen zijn namelijk geen overwegbomen, alarmbellen of knipperlichten. Je vermindert je snelheid en steekt pas over als je zeker weet dat er geen trein aankomt.

Vooraankondiging

Als je een overweg nadert wordt dit ruim van te voren aangegeven met waarschuwingsborden. Op deze waarschuwingsborden staan één, twee of drie rode schuine strepen. Elke streep staat voor 80 meter afstand naar de overweg. Bij drie rode schuine strepen, ben je dus 240 meter van de overweg verwijderd.

Ga door naar het volgende hoofdstuk Tunnels en bruggen >

Test je kennis over Tram, bus en trein

Auto- motor- en bromfiets-theorie cursus

Online theorie cursus

Via Snelslagen.nl koop je het complete
online theoriepakket inclusief alle theorie examens al voor € 24,99

Ontdek meer >