Hoofdstuk 4 Wegen

Bij Snelslagen.nl kun je gratis auto theorie leren voor het rijbewijs B!

Wegen, begrippen

Als bestuurder moet je je bewust zijn van je rijgedrag en wat je allemaal kunt tegenkomen als je gebruik maakt van de wegen. In dit deel vind je alle begrippen die te maken hebben met wegen.

Autosnelweg

Autosnelweg met matrixborden.
Een weg die te herkennen is aan het Verkeersbord G1. Parkeerplaatsen, tankstations en bushaltes die aan de autosnelweg liggen horen hier niet bij.

Autoweg

Een weg die te herkennen is aan het Verkeersbord G3. Ook hier maken parkeerplaatsen, tankstations en bushaltes geen deel uit van de autoweg.

Busbaan, busstrook

Dit is een rijbaan die je kunt herkennen aan het woord BUS of LIJNBUS. Dit staat meestal op de rijbaan zelf geschreven. Als er alleen BUS staat, mogen alle bussen hier rijden. Bij LIJNBUS mag alleen het openbaar vervoer hier rijden. Taxi's mogen van beide gebruik maken.

Doorgaande rijbaan

Een rijbaan zonder daarnaast gelegen invoeg- of uitrijstroken.

Fietsstrook

Een fietsstrook met een onderbroken streep.
Een deel van de rijbaan welke is gescheiden door een doorgetrokken of onderbroken streep. Op deze rijbaan zijn afbeeldingen van een fiets op het wegdek aangebracht.

Haaientanden

Driehoeken welke op het wegdek zijn aangebracht. Dit zijn voorrangsdriehoeken om op bepaalde plekken voorrang aan te geven.

Invoegstrook

Een deel van de weg welke is gescheiden door een blokmarkering. Deze rijbaan is bedoeld voor bestuurders om snelheid te maken, zodat ze kunnen invoegen op de doorgaande rijbaan.

Kruispunt

Dit is een punt waar drie of meer wegen elkaar kruisen.

Parkeerhaven, parkeerstrook

Een verharde weg/stuk langs de rijbaan die bedoeld is voor stilstaande of geparkeerde voertuigen.

Puntstuk en verdrijvingsvlak

Een verdrijvingsvlak.
Een puntstuk is een driehoekig wit vlak. Vaak kom je een puntstuk tegen op plaatsen waar wegen samenkomen of scheiden. Net als op verdrijvingsvlakken, mag je niet rijden op een puntstuk. Een verdrijvingsvlak is een driehoekig vlak met daarin schuine witte strepen. Vaak kom je een verdrijvingsvlak tegen op plaatsen waar wegen samenkomen of scheiden. Net als op een puntstuk, mag je niet rijden op een verdrijvingsvlak.

Rijbaan

Dit is het weggedeelte bestemt voor rijdende voertuigen. Fietspaden en fiets/bromfietspaden horen niet bij de rijbaan.

Rijstrook

Dit is een gedeelte van de rijbaan welke is gescheiden door een doorgetrokken of onderbroken streep.

Suggestiestrook

Soms is een deel van de rijbaan gescheiden met een onderbroken streep als fietsstrook, maar is er geen afbeelding van een fiets aangebracht op het wegdek. Dit noemen we een (fiets)suggestiestreep.

Uitrijstrook

Dit is een deel van de weg welke is gescheiden door een blokmarkering. Deze uitrijstrook is voor bestuurders die de doorgaande rijbaan willen verlaten en snelheid willen verminderen.

Vluchthaven, vluchtstrook

Een deel van de rijbaan van een autoweg of autosnelweg dat is gescheiden door een doorgetrokken streep.

Wegen

Alle wegen en paden bestemt voor het verkeer. Bermen, zijkanten en bruggen horen ook bij de wegen.

Opbouw van wegen

Met een weg wordt de hele weg inclusief berm bedoeld. Een weg bestaat uit rijbanen, zijbermen en soms ook een middenberm. Rijbanen bestaan uit één of meer rijstroken. In dit deel vind je andere belangrijke aspecten die je moet weten over wegen.

Eenrichtingsverkeer

Hier geldt voor bepaalde bestuurders een éénrichtingsweg.
Eenrichtingsweg is herkenbaar aan het Verkeersbord C2 en het Verkeersbord C3. Het betekent dat je de weg maar van één kant mag inrijden. Het is niet toegestaan om achteruit te rijden op een eenrichtingsweg, behalve als je achteruit inparkeert.

Wegen voor fietsers, snorfietsers en bromfietsers

Als je binnen de bebouwde kom rijdt, is er op sommige plaatsen geen apart (brom-) fietspad. Ook de (snor) fietsers rijden op dezelfde weg als jij. Fietsers en snorfietsers mogen je rechts inhalen. Kijk daarom ook altijd goed om je heen op dit soort wegen. Dit om vervelende verrassingen te voorkomen.

Fietsstroken

Een fietsstrook is een aparte rijbaan op het wegdek voor (snor) fietsers. Meestal is deze rijbaan aan de linker en rechterzijde van de weg. Er zijn twee verschillende fietsstroken: eentje met een doorgetrokken streep en eentje met een onderbroken streep. Bij een fietsstrook met een doorgetrokken streep, mag je niet met je auto over de doorgetrokken streep rijden. Bij een fietsstrook met een onderbroken streep, mag je alleen overschrijden als je de doorstroming van het verkeer bevordert. Als er op een smalle weg een tegenligger tegemoetkomt, mag je naar rechts uitwijken om de tegenligger de ruimte te geven. Let wel op dat je (snor) fietsers en gehandicaptenvoertuigen niet hindert. Kom je het Verkeersbord G12a tegen, dan zijn bromfietsers verplicht dit fiets-brompad te volgen. Zij zullen dan niet meer op de rijbaan rijden.

Rijbaanversmalling

Hier zie je een rijbaanversmalling aan de rechterkant van de weg.
Een rijbaanversmalling is een punt waar de rijbaan of weg smaller wordt. Een voorbeeld hiervan is een smalle brug. Meestal vind je op deze plekken het Verkeersbord F5 en het Verkeersbord F6. Hieronder vind je een korte uitleg over de borden die je tegenkomt bij een versmalling:
  • Als het Verkeersbord F6 aan jouw kant van de brug staat, dan moet de tegemoetkomende bestuurder wachten en mag jij eerst. Let op! Deze verkeersborden gelden alleen voor bestuurders. Als er voetgangers naderen op de brug, dan moet je deze eerst voor laten gaan.
  • Als het Verkeersbord F5 aan jouw kant van de brug staat, dan moet je al het tegemoetkomende verkeer (dus ook voetgangers) eerst voor laten gaan. Als er geen verkeer tegemoetkomt, mag je de brug over.

Bochten

Het belangrijkste bij bochten is dat je altijd een veilige snelheid aanneemt voordat je een bocht ingaat. Pas je snelheid aan, zet de auto in de juiste versnelling en kijk de bocht door. Probeer zo vroeg mogelijk een bocht in te schatten, zodat je de juiste snelheid kunt aannemen. De meeste bochten zijn overzichtelijk. Dit betekent dat je de hele bocht kunt zien. In sommige gevallen is dat niet mogelijk. In dit geval staat er vaak een waarschuwingsbord bijvoorbeeld het Verkeersbord J4 en/of een adviessnelheid, het Verkeersbord A4. Is dit niet het geval kijk dan goed voor je en schat de situatie goed in. Let hierbij op tegemoetkomend verkeer en de bestuurders voor je. Houd er rekening mee dat je altijd op tijd kunt stoppen voor bijvoorbeeld een file.

Bochtenspiraal

Sommige bochten zijn extra gevaarlijk door hun bochtenspiraal. Dit betekent dat de bocht niet op elk punt dezelfde curve (kromming) heeft. De bocht wordt steeds scherper. Pas je snelheid op tijd aan en kies de juiste snelheid.

Dijkwegen

Een dijkweg.
Vooral in Nederland zijn er veel dijken met daarbovenop een weg, dijkwegen. Het is belangrijk om op de volgende punten te letten als je op een dijkweg rijdt:
  • Dijkwegen zijn meestal erg smal;
  • De bermen zijn vaak erg klein;
  • Er zijn geen uitwijkmogelijkheden;
  • Vaak is er geen belijning op het wegdek;
  • De wegen zijn vaak onoverzichtelijk en hebben veel bochten;
  • Inhalen is meestal niet mogelijk, als je het toch doet neem dan geen risico's;
  • Voertuigen van zijweggetjes komen van beneden, deze zie je pas op het laatste moment;
  • Dezelfde voertuigen zien jou ook pas op het laatste moment.

Rijden in de bergen

In Nederland zul je weinig bergen tegenkomen. Toch is het belangrijk om iets te weten van het rijden in de bergen. Bijvoorbeeld voor als je op vakantie gaat. Bij het rijden in de bergen is er een aantal punten waar je op moet letten:
  • Klimmend verkeer heeft voorrang op dalend verkeer;
  • Bij het klimmen heb je meer tijd nodig om in te halen;
  • In de bergen kan het weer ineens omslaan, bijvoorbeeld sneeuw of regen;
  • Pas altijd je snelheid aan op de rest van het verkeer;
  • Probeer bij klimmen niet te weinig toeren te maken. De motortemperatuur loopt bij het klimmen op, om motorschade te voorkomen is het belangrijk dat er voldoende olie door het blok gepompt wordt;
  • Probeer bij afdalingen op de motor te remmen, dus gas los.

Gedrag op wegen

Naast alle verkeersregels, is er ook nog een drietal aspecten waar je extra op moet letten als je als bestuurder gebruik maakt van de weg.

Rechts houden

Als je gebruik maakt van de weg, moet je zoveel mogelijk rechts houden. Je houdt natuurlijk wel een veilige afstand van de stoep of berm. Uitzonderingen op het rechts houden zijn: tijdens het inhalen, op een rotonde en bij het voorsorteren.

Tegenligger

Een tegenligger.
Als je op een smalle weg een tegenligger tegenkomt, dan geef je diegene voldoende ruimte om te passeren. Mocht je tegenligger een grote vrachtwagen zijn en de weg is heel smal, dan moet je samen een oplossing vinden. Het kan veiliger zijn om met je voertuig naar de berm uit te wijken en daar te wachten. Let er dan wel goed op of de berm wel geschikt is om uit te wijken. Pas daarnaast op voor eventuele (snor) fietsers en voetgangers naast je. Hoe dan ook, pas altijd je snelheid aan bij tegenliggers op een smalle weg!

Obstakels

Soms komt het voor dat je om een obstakel heen moet rijden, bijvoorbeeld een geparkeerde auto. In dit geval mag je het tegemoetkomende verkeer niet hinderen. Je moet dus even wachten met voorbij gaan. Als er zoveel ruimte is dat je het obstakel kunt voorbijrijden zonder tegemoetkomend verkeer te hinderen, dan hoef je niet te wachten. Als het tegemoetkomende verkeer een obstakel heeft zijn de regels omgedraaid. Jij mag dan doorrijden en de tegenligger zal moeten wachten tot je voorbij bent.

Ga door naar het volgende hoofdstuk Verkeerslichten >

Test je kennis over Wegen

Auto- motor- en bromfiets-theorie cursus

Online theorie cursus

Via Snelslagen.nl koop je het complete
online theoriepakket inclusief alle theorie examens al voor € 24,99

Ontdek meer >