Hoofdstuk 21 Verplichtingen bij autorijden

Bij Snelslagen.nl kun je gratis auto theorie leren voor het rijbewijs B!

Technische verplichtingen van de auto

De auto moet in goede staat zijn.
In Nederland moet het voertuig aan bepaalde eisen voldoen wil je ermee aan het verkeer deelnemen. In dit deel lees je meer over de technische eisen aan een voertuig. Een auto moet aan veel technische eisen voldoen om ermee te mogen rijden. Dit is een hele lijst:
  • De auto moet in goede staat verkeren om veilig op de weg te rijden;
  • De auto moet zo zijn ingericht dat er voldoende uitzicht naar voren en opzij is;
  • De auto mag inclusief lading, niet langer zijn dan 12 meter, niet breder zijn dan 2,55 meter en niet hoger dan 4 meter.
De auto moet voorzien zijn van:
  • Een kentekenplaat aan de voor en achterzijde van de auto. De platen moeten goed leesbaar zijn en voorzien zijn van een goedkeuringsmerk;
  • De kentekenplaat moet aan de achterzijde voorzien zijn van witte verlichting;
  • Luchtbanden met een profieldiepte van minimaal 1,6 mm;
  • Een uitlaatsysteem welke over de gehele lengte gasdicht is;
  • Een veilig brandstofsysteem welke geen lekkage heeft;
  • Een snelheidsmeter welke ook in het donker afleesbaar is;
  • Goed sluitende deuren, motorkap en kofferdeksel;
  • Ruiten welke geen beschadigingen hebben waardoor het zicht wordt verminderd;
  • Een goed werkend remsysteem, waarbij de voetrem op alle wielen werkt en een parkeerrem die mechanisch op minimaal twee wielen werkt;
  • Een goed werkend veersysteem met goed werkende schokdempers;
  • Een stuurinrichting waarbij de voorwielen goed reageren op de draaiing van het stuurwiel;
  • Een linker buitenspiegel en een binnenspiegel. Voor een nieuwe personenauto van na 25 januari 2010 is een rechter buitenspiegel verplicht, voor oudere auto's slechts als de binnenspiegel geen goed zicht naar achteren geeft;
  • Zitplaatsen die vergrendeld zijn en autogordels voor alle zitplaatsen die naar voren gericht zijn;
  • Goed werkende ruitenwissers, ruitensproeiers en verwarming voor de ontdooiing van vorst op de voorruit en het tegengaan van condens;
  • Een goed werkende claxon met vaste toonhoogte.
Verplichtingen verlichting:
  • Eén of twee rode mistachterlichten;
  • Eén of twee witte achteruitrijlichten welke branden als de achteruitversnelling is ingeschakeld;
  • Twee niet driehoekige rode reflectoren aan de achterzijde;
  • Twee rode of oranje remlichten;
  • Twee rode of oranje alarmlichten;
  • Zowel aan de voor als aan de achterzijde aan elke kant een oranje of rode richtingaanwijzer;
  • Oranje zijrichtingaanwijzer aan elke zijkant;
  • Aan de voorzijde twee witte of gele stadslichten, dimlichten en grootlichten.
Zitplaatsen in een voertuig:
  • Passagiers mogen alleen zitten op plekken die gemaakt zijn om te zitten. Het is bijvoorbeeld niet toegestaan om passagiers in de kofferbak mee te laten rijden.

Algemene Periodieke Keuring (APK)

Een APK keurmeester aan het werk.
Zoals je hierboven kunt zien zijn er veel technische voorwaarden waar een auto aan moet voldoen. Om deze redenen is er door de staat een periodieke keuring in het leven geroepen voor personenauto´s, bestelauto´s, vrachtauto´s en autobussen, de zogenaamde Algemene Periodieke Keuring (APK). Maar wanneer moet je een APK laten uitvoeren? En hoe werkt een APK? Er gelden verschillende regels voor diverse auto's omtrent de keuringen. De onderstaande APK regelgeving is in Nederland van kracht:
  • Vrachtauto´s, autobussen, ambulances en taxi´s moeten elk jaar worden gekeurd;
  • Personenauto´s en lichte bestelauto´s die op benzine rijden en na 2005 in gebruik zijn genomen, moeten na 4 jaar voor het eerst gekeurd worden, de tweede keer daarna na 2 jaar en vervolgens elk jaar;
  • Personenauto´s die op benzine rijden en voor 2005 in gebruik zijn genomen, moeten elk jaar worden gekeurd;
  • Nieuwe personenauto´s en bestelauto´s die op diesel of LPG rijden, moeten na 3 jaar voor het eerst worden gekeurd en daarna elk jaar;
  • Voertuigen van 30 jaar en ouder moeten om de twee jaar gekeurd worden;
  • Voertuigen van voor 1 januari 1960 hebben geen APK plicht;
  • Aanhangers met een toegestane maximummassa van maximaal 3.500 kilo, hoeven niet te worden gekeurd. Zwaardere aanhangers moeten elk jaar worden gekeurd.
Tijdens de APK keuring controleert men of het voertuig of de aanhanger nog aan de technische eisen voldoet en of het veilig de weg op kan. Na de keuring ontvang je van de desbetreffende garage een keuringsrapport. Mocht de garage de auto afkeuren, zullen eerst de aangegeven klachten gerepareerd worden, alvorens de auto weer op de openbare weg mag rijden. Je hebt twee maanden de tijd om de auto te repareren en alsnog te laten goedkeuren. Mocht je het niet eens zijn met het keuringsrapport, kan je de Dienst Wegverkeer (RDW) inschakelen. Mocht de afkeuring inderdaad niet kloppen, betaalt de garage de kosten van de check door RDW. Mocht de afkeuring echter wel kloppen, draait u op voor de kosten (46 euro in 2017). Als het voertuig of de aanhanger wordt goedgekeurd, ontvangt de eigenaar een keuringsrapport (goedkeuringsbewijs). Dit document hoef je als bestuurder in Nederland niet verplicht bij je hebben, maar in het buitenland kan er wel om gevraagd worden.

Controles door de bestuurder

Voordat je als bestuurder met een auto gaat rijden, controleer je de volgende zaken:
  • Oliepeil van de motor;
  • Koelvloeistofpeil;
  • Peil van de ruitenwisservloeistof;
  • Peil van de remvloeistof;
  • Oliepeil van de stuurbekrachtiging;
  • Peil van het antivriesmiddel;
  • Banden en bandenspanning (visueel);
  • Verlichting;
  • Of de ruitenwissers werken;
  • Of er voldoende brandstof in de tank zit;
  • Of de motor geen raar geluid maakt;
  • Of de spiegels en de ramen schoon zijn.

Uitgestoken ladingen

Een ondeelbare lading is een lading die je niet kleiner kunt maken. Boodschappen kun je bijvoorbeeld verdelen, een lange houten plank niet. Lading mag maximaal 20 centimeter buiten de beide kanten van de auto steken en maximaal 1 meter buiten de achterkant. Deelbare ladingen mogen nooit aan de voorkant van de auto uitsteken. De houten plank is een voorbeeld van ondeelbare lading. Voor ondeelbare lading gelden enkele uitzonderingen en regels:
  • De lading mag wel aan de voorkant van de auto uitsteken, met een maximum van 1 meter. Aan de achterkant blijft het 1 meter
Als de ondeelbare lading in de breedte niet te delen is, zijn hier ook uitzonderingen en regels voor:
  • Voor een personenauto blijft de regel dat ook ondeelbare lading niet meer dan 20 centimeter aan beide kanten mag uitsteken.

Markeringsbord bij uitgestoken lading

Markeringsbord.
De regels omtrent een markeringsbord bij naar buiten stekende lading uit een voertuig zijn als volgt:
  • Ondeelbare lading (zoals een ladder of plank) die aan de voorkant uitsteekt moet voorzien zijn van een rood-wit gestreept markeringsbord;
  • Ondeelbare lading die aan de achterkant meer dan 1 meter uitsteekt, moet voorzien zijn van een rood-wit gestreept markeringsbord;
  • Het markeringsbord moet een afmeting hebben van tenminste 42 bij 42 centimeter;
  • In het donker moet het markeringsbord aan de voorzijde van de lading voorzien zijn van een wit licht en aan de achterzijde van de lading met een rood licht. Een markeringsbord aan de zijkant van een voertuig moet in het donker zowel aan de voorkant (wit licht) als aan de achterkant (rood licht) voorzien zijn van licht;
  • Ondeelbare lading die meer dan 10 centimeter aan de zijkant uitsteekt, moet voorzien zijn van een markeringsbord.
  • Markeringsborden moeten dwars op de lading bevestigd worden op een minimale hoogte van 35 en een maximale hoogte van 170 centimeter;
  • Markeringsborden moeten voor het overige verkeer goed zichtbaar zijn.

Tijdens de rit

Tijdens het rijden let je vooral op vreemde geluiden en de meters in het dashboard. In het dashboard zitten ook enkele waarschuwingslampjes. Als er een rood waarschuwingslampje gaat branden, bijvoorbeeld die van de oliedruk, moet je direct stoppen. Let op dat je zo min mogelijk het andere verkeer hierbij hindert. Als er een geel waarschuwingslampje gaat branden, probeer dan door te rijden naar een garage, of los het probleem zelf op als je thuis bent.

Zicht

Je moet altijd voldoende zicht hebben als je in een auto zit, ook naast je. Zorg er dus voor dat het zicht niet belemmerd wordt door bijvoorbeeld teveel bagage of obstakels in de auto.

Telefoneren

Als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets, brommobiel of gehandicaptenvoertuig met een motor, mag je geen telefoon in de hand houden. Ook al ben je niet aan het bellen, dan mag je nog niet de telefoon in je hand houden. Handsfree bellen mag natuurlijk wel.

Sturen

Je moet ongehinderd kunnen sturen. Er mag bijvoorbeeld geen lading in de weg zitten. Als je door een blessure niet veilig kunt rijden, mag dit ook niet.

Autogordel

Ook achterin ben je verplicht de autogordel te gebruiken.
Zowel de bestuurder als de passagiers zijn verplicht om een autogordel te gebruiken. Ook achterin ben je dit verplicht. Kinderen die langer zijn dan 1,35 meter, zijn ook verplicht om de autogordel te gebruiken.

Gebruik autogordel

Je mag de gordel niet anders gebruiken dan waarvoor hij is bedoeld. Het schuine gedeelte mag dus niet onder de arm worden gedaan. De gordel kan bij verkeerd gebruik niet goed functioneren. Bij een ongeluk is dit levensgevaarlijk!

Kinderen korter dan 1,35 meter

Kinderen die korter zijn dan 1,35 meter, moeten gebruik maken van een geschikt kinderbeveiligingsmiddel. Afhankelijk van de lengte en het gewicht, kan er gekozen worden voor een babyautostoeltje, kinderautostoeltje of een zittingsverhoger. Allen moeten goedgekeurd zijn volgens de Europese regels. Dit kun je herkennen aan een ECE-keuringslabel.

Airbag

Als je een kinderzitje achterwaarts wilt plaatsen, mag de airbag niet aan staan op die plek. Achterwaarts is met de rug naar de voorkant van de auto. Als je op de bank al twee kinderbeveiligingsmiddelen hebt, mag je een derde kind op de overgebleven zitplaats met een gordel vervoeren. Let er dan wel op dat de gordel niet langs de hals van het kind loopt.

Documenten

Als je met een auto aan het verkeer deelneemt, ben je verplicht om een aantal documenten bij je te hebben. Dit zijn: het rijbewijs B, de verzekeringspapieren, het APK keuringsbewijs en Deel 1A en 1B. Dit mogen geen kopieën zijn en moeten natuurlijk ook geldig zijn.

Rijbewijs B

Als je met een auto deelneemt aan het verkeer, moet je in het bezit zijn van een geldig rijbewijs B. Deze moet je altijd bij je hebben en mag geen kopie zijn. Het rijbewijs is 10 jaar geldig en moet goed leesbaar zijn.

Kentekenbewijs

Een kentekenbewijs moet je verplicht bij je hebben.
Bij elk motorvoertuig hoort een kentekenbewijs. Dit kentekenbewijs wordt afgegeven door het RDW (Rijks Dienst Wegverkeer). Tijdens het rijden dien je het kentekenbewijs (kentekencard) bij je te hebben, aangezien de politie hierom kan vragen. Heb je (nog) een papieren kentekenbewijs, dan moet je het Voertuigbewijs (deel IA of het vroegere deel I) en het Tenaamstellingsbewijs (deel IB of het vroegere deel II) bij je hebben. Er zijn in de loop der jaren diverse veranderingen doorgevoerd rondom het kentekenbewijs. Hieronder staan de verschillende mogelijkheden die er zijn.

Kentekenbewijs tot 1 juni 2004

Het kentekenbewijs bestond tot 1 juni 2004 uit 3 delen:
  • Voertuigbewijs - Deel I: het deel met de voertuiggegevens
  • Tenaamstellingsbewijs - Deel II: het deel met de tenaamstellingsgegevens
  • Overschrijvingsbewijs (of als het kenteken is afgegeven vóór 01-01-1995: Kopie Deel 3): het deel dat nodig is bij overschrijving van het kentekenbewijs en dat je thuis moet bewaren.

Kentekenbewijs tot 1 januari 2014

Het kentekenbewijs bestond tot 1 januari 2014 uit 3 delen:
  • Deel 1A, Voertuigbewijs: Op dit deel staan de technische gegevens van het voertuig. Bijvoorbeeld: merk, type, chassisnummer, kenteken, kleur etc.
  • Deel 1B, Tenaamstellingsbewijs: Op dit deel staan de gegevens van de eigenaar van het voertuig. Bijvoorbeeld: naam, adres, geboortedatum en woonplaats.
  • Deel 2, overschrijvingsbewijs: Dit document moet je laten zien als je het voertuig gaat overschrijven. Overschrijven betekent dat het voertuig een andere eigenaar krijgt. Dit overschrijvingsbewijs bewaar je thuis en hoef je dus niet verplicht mee te nemen als je aan het verkeer gaat deelnemen.

Kentekenbewijs vanaf 1 januari 2014

Het kentekenbewijs bestaat vanaf 1 januari 2014 uit 3 delen:
  • Kentekenbewijs op creditcardformaat (kentekencard)
  • Tenaamstellingscode – het deel dat nodig is bij overschrijving van het kenteken en dat je thuis moet bewaren. De tenaamstellingscode bestaat uit 9 cijfers en ontvang je gedeeltelijk bij het op naam zetten (eerste 4 cijfers) en gedeeltelijk als je de kentekencard ontvangt (laatste 5 cijfers).
  • Kentekenbewijs deel II: dit papieren deel ontvang je alleen als je een voertuig uitvoert. Dit papieren kentekenbewijs deel II bevat onder andere de naam en adresgegevens van degene die het voertuig heeft uitgevoerd. De combinatie van kentekencard en papieren deel II heeft de functie van uitvoerkentekenbewijs.

Benodigde kentekendelen bij koop/verkoop

Bij het kopen of verkopen van een voertuig heb je de kentekencard en bijbehorende tenaamstellingscode nodig of het deel IB en het Overschrijvingsbewijs. Om na te gaan of je de juiste combinatie van papieren kentekendelen heeft, kan je hieronder lezen welke combinaties mogelijk zijn.
  • Deel II en kopie deel III
  • Deel IB en kopie deel III
  • Deel II en Overschrijvingsbewijs
  • Deel IB en Overschrijvingsbewijs
  • Deel IB en deel II

Benodigde kentekenbewijs tijdens het rijden

Als je rijdt op de weg, moet je jouw kentekencard bij je hebben. De politie kan erom vragen. Heb je (nog) een papieren kentekenbewijs, dan moet je het Voertuigbewijs (deel IA of het vroegere deel I) en het Tenaamstellingsbewijs (deel IB of het vroegere deel II) bij je hebben. De tenaamstellingscode of bij een papieren kentekenbewijs het Overschrijvingsbewijs (deel II of het vroegere kopie deel 3) kan je het beste thuis op een veilige plaats bewaren. Deze heb je nodig als je jouw voertuig gaat verkopen.

Verzekering

Motorrijtuigen zijn verplicht om verzekerd te hebben, minimaal voor Wettelijke Aansprakelijkheid. Dit betekent dat wanneer je een ongeluk krijgt waarbij de schuld bij jou ligt, de schade van de andere partij wordt betaald. Als je met je auto naar het buitenland gaat, ben je verplicht om ook de groene kaart bij je te hebben.

Wegenbelasting, motorrijtuigenbelasting

De eigenaar van het voertuig is verplicht om wegenbelasting te betalen als dat verplicht is bij dat voertuig. Hoeveel motorrijtuigenbelasting je moet betalen hangt af van het soort motorrijtuig dat je hebt. Daarnaast zijn onder andere de volgende factoren van invloed:
  • het gewicht;
  • de brandstof;
  • hoe milieuvervuilend het motorrijtuig is;
  • in welke provincie de houder is gevestigd.

Ga door naar het volgende hoofdstuk Lengte vrachtauto >

Test je kennis over Verplichtingen bij autorijden

Auto- motor- en bromfiets-theorie cursus

Online theorie cursus

Via Snelslagen.nl koop je het complete
online theoriepakket inclusief alle theorie examens al voor € 24,99

Ontdek meer >